Metabole Ziekten AMC

MPS I

meisje 9 jr: Hurler fenotype op thuis-ERT

meisje 9 jr: Hurler fenotype op thuis-ERT

jongen 2 jr: Hurler fenotype tijdens HSCT

jongen 2 jr: Hurler fenotype tijdens HSCT

Behandeling

Op dit moment zijn er twee mogelijkheden om de ziekte MPS I te behandelen: enzym vervangende therapie (ERT) en hematopoietische stamceltransplantatie (HSCT), ook wel beenmergtransplantatie genoemd.

Enzym vervangende therapie (ERT)

Sinds 2003 is het mogelijk om enzymvervangende therapie te geven door het niet goed werkende of zelfs ontbrekende enzym via een infuus aan de patiënt toe te dienen (het medicijn heet Aldurazyme®). Dit wordt dan in principe 1 keer per week gedaan. Door ERT verminderen de klachten van de ademhaling en ook de problemen van de stijve gewrichten worden op de langere termijn minder. Ook de lever en milt worden snel kleiner. Ook is waarschijnlijk dat ERT voor een deel het ontstaan van nieuwe klachten kan voorkomen. Belangrijk is ook dat ERT een zeer gunstig effect heeft op de kwaliteit van leven. Als de behandeling goed verdragen wordt , kan meestal na ongeveer een half jaar het medicijn thuis toegediend worden. Het medicijn komt echter niet in de hersenen, omdat het de zogenaamde bloed-hersen-barrière niet kan passeren. Daarom is deze behandeling vooral geschikt voor kinderen en volwassenen die de Scheie of de Hurler-Scheie vorm van MPS I hebben.

ERT wordt door vrijwel alle patiënten die het krijgen zeer goed verdragen en heeft heel weinig bijwerkingen.

Hematopoietische stamceltransplantatie (HSCT)

In Nederland wordt sinds een aantal jaren HSCT (vroeger vooral bekend als "beenmergtransplantatie") als behandeling gegeven aan MPS I patiënten met de ernstigste vorm van de ziekte (het Hurler fenotype), dat wil zeggen bij patiënten waarbij het centraal zenuwstelsel (de hersenen) ziek zullen worden.

De donorcellen die de patiënt ontvangt bij een stamceltransplantatie kunnen het enzymdefect herstellen, zowel in de het lichaam als in de hersenen. Bepaalde cellen (macrofagen) en vrij circulerende enzymen in de bloedbaan, uitgescheiden door witte bloedcellen, kunnen het lichaam (lever en milt, gewrichten) helpen. In de hersenen kunnen de macrofagen uitgroeien tot bepaalde hersencellen (de microglia-cellen), die vervolgens het missende enzym uitscheiden in de hersenen. Dit enzym kan dan opgenomen worden door de neuronen (zenuwcellen in de hersenen). Op deze manier krijgen deze hersencellen die het enzym missen, alsnog het missende enzym, dat dan vervolgens de GAGs kan afbreken, die bij de patiënt anders zouden opstapelen.

Omdat de donorcellen "lichaamsvreemd" zijn voor de patiënt, wil het eigen afweersysteem van de patiënt deze cellen opruimen, om zich te verdedigen tegen "vreemde indringers". Om dit te voorkomen, wordt het afweersysteem van de patiënt eerst bijna helemaal kapot gemaakt met behulp van chemotherapie (conditionering). De afweercellen worden in het beenmerg gemaakt vanuit stamcellen; dit zijn onvolgroeide cellen die zich nog kunnen ontwikkelen tot verschillende soorten cellen. Als de cellen in het beenmerg van de patiënt "dood" zijn, worden de donorcellen toegediend door middel van een infuus. Een donor moet iemand zijn die geen MPS I heeft en van wie het weefseltype (vergelijkbaar met bloedgroep) overeenkomt met de patiënt (degene met MPS I). Donoren kunnen familieleden zijn (meestal gezonde broertjes of zusjes) of vrijwilligers die zich hebben aangemeld via donor-banken. Er is dan sprake van een "beenmergtransplantatie". Tegenwoordig wordt vooral gebruikt gemaakt van donor-stamcellen verkregen uit navelstrengbloed (via navelstreng-bloedbanken). Dit heeft soms voordelen boven een beenmergtransplantatie.

HSCT kan een aanzienlijke verbetering geven, zoals het stoppen van de geestelijke achteruitgang, het voorkomen van ernstige hart- en longziekte en verbetering van overleving en kwaliteit van leven. HSCT blijkt helaas weinig effect te hebben op de skeletproblemen. HSCT is een zware behandeling waar kinderen heel erg ziek van kunnen worden. Verder is het belangrijk dat HSCT niet te laat wordt uitgevoerd: al bestaande hersenschade kan namelijk niet worden hersteld. Over het algemeen wordt een IQ-grens van 70 gehanteerd, maar natuurlijk wordt bij iedere patiënt een individuele afweging gemaakt.

In Nederland gebeurt HSCT voor de ziekte MPS I vrijwel altijd in het Wilhelmina Kinderziekenhuis (WKZ) te Utrecht. Dit is het centrum in Nederland dat zich op deze behandeling voor stofwisselingsziekten gespecialiseerd heeft en dan ook de meeste ervaring heeft met HSCT bij MPS I patiënten. In het WKZ wordt ook veel internationaal onderzoek gedaan naar het effect op lange termijn bij getransplanteerde MPS I patiënten en wat de beste en veiligste manier is om de HSCT uit te voeren. Vaak wordt voor de HSCT eerst nog een periode ERT gegeven om de patiënten in een zo goed mogelijke conditie te brengen voordat de HSCT gedaan wordt.

Zowel ERT als HSCT verbeteren of stabiliseren vele symptomen van de MPS I. Helaas blijven er nog een aantal problemen bestaan. Daarom is het voor alle patiënten heel belangrijk regelmatig gecontroleerd te worden volgens een MPS I follow-up protocol. Het op dit moment door het AMC gehanteerde follow-up- en zorgprotocol voor patiënten met MPS1 is hier als pdf-bestand beschikbaar. Patiënten die getransplanteerd zijn, worden door het AMC en het WKZ samen gevolgd.

Er wordt veel onderzoek gedaan naar nieuwe behandelingsmogelijkheden voor MPS I, zoals substraat-deprivatie therapie, chaperone therapie, stopcodon-read through-therapie en gentherapie. Zodra hier belangrijk nieuws over is, zullen wij hierover berichten op de site.

metabole ziekten AMC