Ziekte van Gaucher
Inleiding
De ziekte van Gaucher is een aangeboren lysosomale stapelingsziekte en behoort tot de groep van erfelijke stofwisselingsziekten. Bij een lysosomale stapelingsziekte leidt een slecht functionerend lysosomaal enzym tot stapeling van afbraakmateriaal in lysosomen. Lysosomen zijn celorganellen, die speciaal zijn uitgerust om stoffen af te breken en bevinden zich in iedere lichaamscel. Van alle lysosomale stapelingsziekten is de ziekte van Gaucher de meest voorkomende. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een tekort aan één van de enzymen in het lysosoom. Bij de ziekte van Gaucher ontbreekt het enzym glucocerebrosidase (of b-D-glucosidase). Het enzym glucocerebrosidase is verantwoordelijk voor de afbraak van glucocerebroside. Glucocerebroside is een glycosfingolipide. Glycosfingolipiden zijn complexe stoffen die van belang zijn voor de opbouw van cellen en komen in het hele lichaam voor, vooral in celmembranen. Als het enzym niet of onvoldoende aanwezig is, stapelt het glucocerebroside zich op in macrofagen. De macrofagen, cellen die veel lysosomen hebben en als taak het opruimen en verteren van afvalstoffen, bevinden zich vooral in de lever, de milt en het beenmerg. Maar kleinere hoeveelheden van deze cellen zijn in bijna alle organen te vinden. Deze stapeling leidt tot de karakteristieke klachten van Gaucher patienten (zie verder).
De ziekte van Gaucher is zeldzaam, maar komt relatief vaak voor bij een bepaalde bevolkingsgroep: de Ashkenazi joodse bevolking. Daarbij gaat het om type 1 van de ziekte. Het geschatte vóórkomen van de ziekte van Gaucher in Nederland is ongeveer 1 op de 86.000 voor alle types. Het is mogelijk dat mildere vormen van de ziekte nooit ontdekt worden, waardoor het werkelijke aantal wat hoger zou kunnen zijn. Het grootste deel van de patiënten heeft type 1. De ernstigere types 2 en 3 komen in Nederland (samen) voor bij zo'n 1 op de 385.000 levendgeborenen.
Sinds 1990 is het mogelijk om patiënten met de ziekte van Gaucher te behandelen met enzymtherapie. Hierbij wordt het ontbrekende enzym (glucocerebrosidase) door middel van een infuus toegediend. De laatste jaren is tevens een orale (pil) behandeling beschikbaar. Dit is een zogenaamnde substraatremmer. Hiermee wordt de aanmaak van glucocerebroside geremd. Deze medicatie is toepasbaar voor patiënten met een milde tot matige vorm van de type 1 ziekte van Gaucher, die geen enzymtherapie kunnen of willen krijgen.

